Sinds 1 oktober 2014 mogen ondernemingen en vrije beroepers het totaal bedrag dat de consument moet betalen, afronden tot op 5 eurocent bij cashbetalingen. De gevolgen op het vlak van de btw en de boekhoudkundige implicaties zijn beperkt. De Commissie voor Boekhoudkundige Normen heeft zich uitgesproken over hoe de boekhoudkundige verwerking van afgeronde betalingen moet gebeuren.

Afrondingsregels

Sinds 1 oktober 2014 mogen ondernemingen en vrije beroepers het totaal bedrag dat de consument moet betalen, afronden naar het dichtste veelvoud van 0 of 5 eurocent (zie onze bijdrage hierover van vorige maand). Die afronding geldt niet voor elektronische betalingen en niet voor betalingen van geneesmiddelen bij de apotheker. Die afronding geldt voor alle klanten die contant betalen. Niemand is verplicht om bedragen af te ronden, maar wie wel afrondt, moet enkele voorwaarden naleven (alleen voor betalingen met muntstukken of met maaltijd-, eco- en geschenkcheques; het totaalbedrag van het kasticket afronden; het niet-afgeronde totaalbedrag én het afgeronde totaalbedrag vermelden op de kassabon; de toepassing van de afrondingsregels bekendmaken met een duidelijk zichtbaar pictogram).
De afronding geldt zowel voor de betalingen in speciën door de consument aan de onderneming, als voor de terugbetalingen door de onderneming aan de consument.

Btw-gevolgen

Op het vlak van de btw verandert er weinig bij afronding van betalingen. De btw moet worden berekend op het oorspronkelijke bedrag, en niet op het afgeronde bedrag. Een aanpassing aan de kassa’s is wel nodig omdat het kasticket zowel het oorspronkelijke bedrag als het afgeronde bedrag moet vermelden.

Boekhoudkundige verwerking

Een onderneming die de afrondingsregels toepast, krijgt in de praktijk te maken met kleine verschillen tussen de loutere som van de aangerekende prijs van de verrichte prestaties en het totaalbedrag van de te betalen prijs. Dit verschil kan zowel positief als negatief zijn. Volgens de Commissie voor Boekhoudkundige Normen (CBN) zal het totale verschil tussen het totaalbedrag van de te betalen prijs en de som van de prijzen van de individuele prestaties, slechts een marginaal bedrag uitmaken ten opzichte van de totale omzet.
Een onderneming kan vrij kiezen tussen verschillende boekingsmethoden (advies 2014/9).

Methode 1: De ondernemer schrijft het bedrag dat de consument effectief heeft betaald (het afgeronde bedrag) in het verkoopdagboek. De samenstellende bestanddelen op het uitgereikte document worden niet verder uitgesplitst. De onderneming zal dit afrondingsverschil niet afzonderlijk boeken.

Methode 2: Het boekhoudregistratiesysteem splitst de verschillende bestanddelen die zijn vermeld op het uitgereikte document. Het eventuele verschil tussen de som van de samenstellende bestanddelen en het totaalbedrag dat het gevolg is van het afrondingsverschil, wordt geboekt als een financieel resultaat. Een kost komt op een rekening “657-659 Diverse financiële kosten”. Als het een opbrengst betreft, komt dit op een rekening “756-759 Diverse financiële opbrengsten”.
Een onderneming kan er ook voor opteren om tijdens het boekjaar alle betalingsverschillen op één rekening te boeken. Wanneer op balansdatum per saldo een negatief of positief betalingsverschil wordt bekomen, moet dit saldo vervolgens finaal worden toegewezen aan een financiële kostenrekening respectievelijk een financiële opbrengstenrekening.

Methode 3: Een onderneming ontwikkelt zelf een gelijkwaardige methode om de wettelijke afrondingsverschillen te boeken.